Home / Gezondheid en Veiligheid / Elektronisch roken: zonder risico’s?
Elektronisch roken: zonder risico’s?

Elektronisch roken: zonder risico’s?

Als we het thema “veiligheid” aankaarten dan wordt de consument soms heen en weer gesleurd tussen tal van tegenstrijdige berichten.

Aan de ene kant zijn er de (foutieve) berichten afkomstig van de lobby’s die de elektronische sigaret afdoen als een gevaarlijk iets. Aan de andere kant schuilt elke fabrikant van elektronische sigaretten achter één of ander wetenschappelijk onderzoek dat pleit in het voordeel van zijn product.

Om een antwoord te vinden op de vraag “is een elektronische sigaret veilig?”, moeten we kijken naar de essentie van het verhaal en dat is in dit geval nicotine – het énige ingrediënt dat niet 100% “zuiver” is.

Als je leest over “Tabacco Harm Reduction” of “Tabakschadebeperking” dan gaat het over elke actie die een individu neemt om de gezondheidsrisico’s van het gebruik van tabak of nicotine te reduceren.

Hoe doe je dat? De opties zijn voor de hand liggend. Ofwel stop je met roken, ofwel zorg je dat je nicotine inneemt via een minder schadelijke bron. Hou er rekening mee dat geen van beiden de risico’s en opgelopen schade van het vroegere roken onmiddellijk zullen wegnemen.

Omdat het gebruik van nicotine gepaard gaat met een licht verhoogde kans op een hartfalen is de meest gezonde keuze volledig te stoppen met roken. Dat wil niet zeggen dat overstappen naar een alternatief product een slechte keuze is. Overschakelen op een nicotine product met verminderde risico’s zou bijna even goed zijn als stoppen met roken.

Een roker die de schade wil beperken met alternatieve nicotine producten heeft volgende opties: rookloze tabak (snus, kauwtabak,…), elektronische sigaretten of farmaceutische nicotine producten (patches, inhalers, nictotine kauwgum,…).

Een gebruiker van één van boven vernoemde producten reduceert de risico’s die gepaard gaan met roken tot ongeveer 99%. Deze cijfers zijn niet uit de lucht gegrepen, maar worden gestaafd door menig onderzoek.

Een voorbeeld daarvan is het gebruik van “snus” in Zweden. Snus is een soort pruimtabak die onder de bovenlip wordt geplaatst. Het product is helaas verboden in de EU, met uitzondering van Zweden en Denemarken. Rond de jaren 70 deed snus massaal zijn intrede bij de Zweedse (mannelijke) rokers.

Deze intrede had zo zijn gevolgen voor de publieke gezondheid. Het percentage zweedse mannen dat af te rekenen krijgt met longkanker of andere ziektes die aan roken gerelateerd worden is bijzonder klein. De cijfers kunnen vergeleken worden met een populatie die niet rookt.

Sommigen vinden het controversieel om risico’s te vergelijken. Voor hen is “veel beter” niet goed genoeg en daarom “waardeloos”. De wetgeving – die tal van zaken verbiedt – is waarschijnlijk veelal op deze gedachtegang gebaseerd. (Met uitzondering van producten afkomstig uit de machtige farmaceutische industrie).

Aan deze groep kunnen we het volgende kwijt: seksuele onthouding sluit de risico’s op geslachtziektes volledig uit, het gebruik van een condoom doet dit niet maar het komt verdorie dicht in de buurt!

Nicotine houdende alternatieven – zoals elektronische sigaretten – zijn dus wel degelijk een zinvol (en wijs) alternatief.